https://www.ad.nl/buitenland/hele-ve...d-br~a290ce92/
‘Hele verhaal van de slavernij wordt nog steeds niet verteld’
Veel Amerikanen willen er liever niet over horen. En sommige Nederlanders vinden het ook confronterend. Want het is pijnlijke geschiedenis hoe het er aan toeging op de trans-Atlantische slavenschepen.
De Amerikaanse historicus Marcus Rediker heeft niet veel woorden nodig als hem wordt gevraagd de humanitaire tragedie te schetsen, die de slavenhandel tussen Afrika en Amerika was tussen grofweg 1680 en 1860. Een tragedie die volgens Rediker nog doorwerkt tot op de dag van vandaag, ook in Nederland.
,,Probeer het je eens voor te stellen”, zegt Rediker vanuit zijn studeerkamer in Pittsburgh. ,,Je dorp is overvallen. Ze hebben jou en je dierbaren gevangen en geketend voor een lange mars naar de kust. Daar word je opgesloten, verkocht en ingeladen op een machine zoals je nog nooit hebt gezien. Dat angstaanjagende gevaarte schommelt nu op de golven. In de tropische hitte zit je met driehonderd man benedendeks samengepakt. Er klinkt geschreeuw, gejammer en gekrijs. Angstzweet loopt langs de gezichten. Waar brengen ze je heen? Sommigen worden zeeziek en kotsen de boel onder. Het stinkt afgrijselijk naar urine en poep. Als je geluk hebt hoor je niet bij de 12 procent van de tot slaaf gemaakten, die omkomen tijdens de reis. Hun lichamen worden over de reling gegooid voor de haaien die de schepen altijd volgen.”

Marcus Rediker (1951) is een eminent Amerikaans historicus en met prijzen overladen expert in de westerse maritieme geschiedenis. En een verteller die je met je neus op die walgelijke stank drukt die opstijgt uit zijn boek over de trans-Atlantische slavenhandel. ,,In Charleston, South Carolina, waar de meeste slavenschepen voor de Amerikaanse markt destijds aankwamen, vertelden de inwoners dat je een slavenschip bij aanlandige wind al kon ruiken voordat het aan de horizon verscheen.”
Rediker wil confronteren en richt zich met een speciaal geschreven voorwoord tot de lezers van zijn nu ook in het Nederlands vertaalde standaardwerk The Slave Ship. De door ons vaak bewonderde en prachtig geschilderde zeilschepen uit de 17de en 18de eeuw beschrijft hij als drijvende gevangenissen waarin slaven - onderweg naar de suiker- en tabaksplantages van de Nieuwe Wereld - meedogenloos werden geterroriseerd en ‘getransformeerd tot handelsgoed’.
Geesten
Alle zintuigen zet Rediker in voor zijn geschiedschrijving van onderaf: de geur, de geluiden, de angstige zwarte ogen die bleke mannen met lange zwarte haren als geesten zagen die - zo dachten velen - hen zouden afleveren in een dodenrijk.
Waarop baseert hij zijn kennis van die penetrante geur aan boord, de kapiteins zullen het vast niet hebben genoteerd? ,,Er zijn wel degelijk fragmenten waaruit je dit alles heel goed kunt destilleren”, zegt Rediker. ,,Soms becommentarieert een historische passagier de stank. Mijn voordeel voor dit boek was dat ik al dertig jaar onderzoek doe in maritieme archieven. Ik had al een hele collectie van dat soort details verzameld. Maar hoeveel je er ook hebt, je moet ook jezelf in die situatie kunnen verplaatsen om in je hoofd een reconstructie te doen. Dus dan ga je je afvragen: hoe rook het? Wat zag je? Ik voelde een doorbraak toen ik me afvroeg: hoe klinkt een slavenschip eigenlijk? Het klappen van de zweep, de rouwklacht van de mensen onder het dek, het zingen van de vrouwen. Het gaat erom dat je het echt maakt zodat lezers het kunnen beleven als een menselijke ervaring.”

Niet iedereen is daar blij mee. Regelmatig is hem verweten dat hij de Amerikaanse trots en vaderlandsliefde ondermijnt met dit boek. Om die reden, zegt hij, werd een nationale discussie mede rond het uitkomen van The Slave Ship destijds afgekapt. Want het boek verscheen oorspronkelijk ter gelegenheid van de tweehonderdste verjaardag na de afschaffing van de Atlantische Slavenhandel in het Verenigd Koninkrijk (1807) en in de Verenigde Staten (1808).
Onder president George W. Bush werd de subsidie voor allerlei manifestaties daaromheen geschrapt. Te gevoelig, te omstreden, luidde het argument. In Groot-Brittannië volgde er wel een nationale discussie over het Britse aandeel in de trans-Atlantische mensenhandel. Rediker hoopt op herhaling daarvan in Nederland en dat zijn boek een bijdrage kan leveren aan onze bewustwording.
Moet het dan ook gaan over compensatiegelden?
,,Absoluut. Eens komt ook dat aan de orde. Maar het is aan politici, niet aan historici die discussie te leiden. Zelf heb ik eens een soort Marshallplan voorgesteld voor de zwarte achterstandswijken. Knap ze op en investeer miljarden in onderwijs en sociale zorg. Maar dat is maar een idee, je kunt dit op vele manieren repareren.”
De Nederlandse historicus Piet Emmer verwijt u, in zijn bespreking destijds van de Engelse versie van uw boek, een antikapitalistische vooringenomenheid en een gebrek aan perspectief. ‘De sterfte tijdens de oversteek naar de Nieuwe Wereld was was hoog, maar de slaven hadden nog veel meer risico gelopen als ze terecht waren gekomen in de pre-kapitalistische Arabische en inter-Afrikaanse slavenhandel. Dan hadden ze lange afstanden moeten lopen en daarbij vielen meer doden dan op zee’, schrijft Emmer.
Rediker gaat ervoor zitten. ,,Wat me tegenstaat in dat soort redeneringen is de veronderstelling dat er een of ander humanitair motief zat in de slavenhandel overzee. Natuurlijk was dat er niet. Er waren uitsluitend zakelijke afwegingen. Daarom was het in het economische belang van handelaren en kapiteins om het sterftecijfer omlaag te krijgen om zo meer aan de slaafgemaakten te kunnen verdienen. Als je onderweg een paar mensen moest executeren om de andere slaafgemaakten te kunnen intimideren en rustig te houden, dan vond men dat alleszins aanvaardbaar. Om collega Emmer te beantwoorden: het kapitalisme verdient geen enkele krediet voor ook maar enige menselijkheid in deze handel. Daarnaast was de slavenhandel niet de schuld van het kapitalisme, het was het werk van kapitaalkrachtige mensen. Dat ging zover dat als ze al bereid waren de slavenhandel te hervormen dan alleen onder druk van een beweging van abolitionisme van onderaf.”
U legt een link tussen het slavenschip en de verhoudingsgewijs veel zwarte mensen die nu in de Verenigde Staten in de dodencel zitten.
,,Ik heb dit boek geschreven als maritiem researcher, maar er ligt zeker ook een politieke lading onder. Dat hangt samen met mijn strijd tegen de doodstraf in de Verenigde Staten en heel specifiek het geval van Mumia Abu-Jamal, een militante journalist en lid van de Black Panthers. Iemand die om politieke redenen geweld gebruikte en de doodstraf kreeg omdat hij een politieman neerschoot in 1981. Mumia zit overigens nog altijd gevangen maar, na dertig jaar, niet meer in de dodencel. Met hem sprak ik in de gevangenis over de relatie tussen ras en terreur. De geschiedenis van zwart zijn in Amerika heeft vaak die link, vond hij. Denk aan de lynchpartijen in het zuiden of aan het politiegeweld. Later gaf ik een lezing over The Slave Ship in Auburn Prison, een gevangenis in New York. Gedetineerden vertelden me dat ze die plek als ‘een modern slavenschip’ ervoeren. Dat onderstreepte voor mij dat gewelddadige opsluiting van zwarte mensen vanaf het begin verbonden is geweest met de geschiedenis van de Verenigde Staten. Er ligt een erfenis die we moeten durven benoemen.”
Wat voor reacties krijgt u op dat concept?
,,De meeste mensen hebben er niet over nagedacht. Het grote publiek zal het er moeilijk mee hebben maar onder historici wint het concept terrein.”
Nederland heeft in Rabin Baldewsingh net een Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme aangesteld. Hij noemt het een schande dat het slavernijverleden soms net een halve pagina in het Nederlandse geschiedenisboek is, terwijl er zoveel te vertellen is. Dat moet u aanspreken.
,,Ik vind dat heel bemoedigend. Ik denk dat dit soort uitspraken is beïnvloed door wat er na de moord op George Floyd loskwam. Na zijn dood zag je een golf van antiracisme over de wereld spoelen. Voor mij een voorbeeld hoe dat soort bewegingen ons helpen het belang van de geschiedenis in te zien. Maar wat jullie coördinator daar zegt is absoluut waar. Het hele verhaal wordt nog steeds niet verteld. Dat geldt voor Nederland en ook voor de Verenigde Staten.”
230 jaar Nederlandse slavernij
Gedurende de hele periode van de trans-Atlantische slavenhandel haalde op de zogenoemde ‘Middenpassage’ gemiddeld een op de acht personen de overkant niet, aldus Marcus Rediker. En daar zijn niet de slaafgemaakten bij inbegrepen die stierven voor of na de overtocht. Het totaal aantal Afrikanen dat op weg naar de Nieuwe Wereld omkwam, schat de historicus op vijf tot zes miljoen.
Nederlanders hebben 230 jaar slavernij bedreven en ongeveer 600.0000 Afrikanen als slaaf verscheept naar Noord- en Zuid Amerika. Zo’n 75.000 van hen overleefden de reis niet, schat de Nederlandse historicus Henk den Heijer in zijn vorig jaar verschenen standaardwerk ‘Nederlands slavernijverleden’. In Nederland werd de slavenhandel - niet de slavernij - in 1814 afgeschaft door een besluit van koning Willem I. Volgens onderzoek van het Historisch Nieuwsblad wordt er in het voortgezet onderwijs meer ruimte aan het slavernijverleden gegeven dan vaak wordt gedacht: twee keer meer dan aan de Holocaust.
‘Hele verhaal van de slavernij wordt nog steeds niet verteld’
Veel Amerikanen willen er liever niet over horen. En sommige Nederlanders vinden het ook confronterend. Want het is pijnlijke geschiedenis hoe het er aan toeging op de trans-Atlantische slavenschepen.
De Amerikaanse historicus Marcus Rediker heeft niet veel woorden nodig als hem wordt gevraagd de humanitaire tragedie te schetsen, die de slavenhandel tussen Afrika en Amerika was tussen grofweg 1680 en 1860. Een tragedie die volgens Rediker nog doorwerkt tot op de dag van vandaag, ook in Nederland.
,,Probeer het je eens voor te stellen”, zegt Rediker vanuit zijn studeerkamer in Pittsburgh. ,,Je dorp is overvallen. Ze hebben jou en je dierbaren gevangen en geketend voor een lange mars naar de kust. Daar word je opgesloten, verkocht en ingeladen op een machine zoals je nog nooit hebt gezien. Dat angstaanjagende gevaarte schommelt nu op de golven. In de tropische hitte zit je met driehonderd man benedendeks samengepakt. Er klinkt geschreeuw, gejammer en gekrijs. Angstzweet loopt langs de gezichten. Waar brengen ze je heen? Sommigen worden zeeziek en kotsen de boel onder. Het stinkt afgrijselijk naar urine en poep. Als je geluk hebt hoor je niet bij de 12 procent van de tot slaaf gemaakten, die omkomen tijdens de reis. Hun lichamen worden over de reling gegooid voor de haaien die de schepen altijd volgen.”
Marcus Rediker (1951) is een eminent Amerikaans historicus en met prijzen overladen expert in de westerse maritieme geschiedenis. En een verteller die je met je neus op die walgelijke stank drukt die opstijgt uit zijn boek over de trans-Atlantische slavenhandel. ,,In Charleston, South Carolina, waar de meeste slavenschepen voor de Amerikaanse markt destijds aankwamen, vertelden de inwoners dat je een slavenschip bij aanlandige wind al kon ruiken voordat het aan de horizon verscheen.”
Rediker wil confronteren en richt zich met een speciaal geschreven voorwoord tot de lezers van zijn nu ook in het Nederlands vertaalde standaardwerk The Slave Ship. De door ons vaak bewonderde en prachtig geschilderde zeilschepen uit de 17de en 18de eeuw beschrijft hij als drijvende gevangenissen waarin slaven - onderweg naar de suiker- en tabaksplantages van de Nieuwe Wereld - meedogenloos werden geterroriseerd en ‘getransformeerd tot handelsgoed’.
Geesten
Alle zintuigen zet Rediker in voor zijn geschiedschrijving van onderaf: de geur, de geluiden, de angstige zwarte ogen die bleke mannen met lange zwarte haren als geesten zagen die - zo dachten velen - hen zouden afleveren in een dodenrijk.
Waarop baseert hij zijn kennis van die penetrante geur aan boord, de kapiteins zullen het vast niet hebben genoteerd? ,,Er zijn wel degelijk fragmenten waaruit je dit alles heel goed kunt destilleren”, zegt Rediker. ,,Soms becommentarieert een historische passagier de stank. Mijn voordeel voor dit boek was dat ik al dertig jaar onderzoek doe in maritieme archieven. Ik had al een hele collectie van dat soort details verzameld. Maar hoeveel je er ook hebt, je moet ook jezelf in die situatie kunnen verplaatsen om in je hoofd een reconstructie te doen. Dus dan ga je je afvragen: hoe rook het? Wat zag je? Ik voelde een doorbraak toen ik me afvroeg: hoe klinkt een slavenschip eigenlijk? Het klappen van de zweep, de rouwklacht van de mensen onder het dek, het zingen van de vrouwen. Het gaat erom dat je het echt maakt zodat lezers het kunnen beleven als een menselijke ervaring.”
Niet iedereen is daar blij mee. Regelmatig is hem verweten dat hij de Amerikaanse trots en vaderlandsliefde ondermijnt met dit boek. Om die reden, zegt hij, werd een nationale discussie mede rond het uitkomen van The Slave Ship destijds afgekapt. Want het boek verscheen oorspronkelijk ter gelegenheid van de tweehonderdste verjaardag na de afschaffing van de Atlantische Slavenhandel in het Verenigd Koninkrijk (1807) en in de Verenigde Staten (1808).
Onder president George W. Bush werd de subsidie voor allerlei manifestaties daaromheen geschrapt. Te gevoelig, te omstreden, luidde het argument. In Groot-Brittannië volgde er wel een nationale discussie over het Britse aandeel in de trans-Atlantische mensenhandel. Rediker hoopt op herhaling daarvan in Nederland en dat zijn boek een bijdrage kan leveren aan onze bewustwording.
Moet het dan ook gaan over compensatiegelden?
,,Absoluut. Eens komt ook dat aan de orde. Maar het is aan politici, niet aan historici die discussie te leiden. Zelf heb ik eens een soort Marshallplan voorgesteld voor de zwarte achterstandswijken. Knap ze op en investeer miljarden in onderwijs en sociale zorg. Maar dat is maar een idee, je kunt dit op vele manieren repareren.”
De Nederlandse historicus Piet Emmer verwijt u, in zijn bespreking destijds van de Engelse versie van uw boek, een antikapitalistische vooringenomenheid en een gebrek aan perspectief. ‘De sterfte tijdens de oversteek naar de Nieuwe Wereld was was hoog, maar de slaven hadden nog veel meer risico gelopen als ze terecht waren gekomen in de pre-kapitalistische Arabische en inter-Afrikaanse slavenhandel. Dan hadden ze lange afstanden moeten lopen en daarbij vielen meer doden dan op zee’, schrijft Emmer.
Rediker gaat ervoor zitten. ,,Wat me tegenstaat in dat soort redeneringen is de veronderstelling dat er een of ander humanitair motief zat in de slavenhandel overzee. Natuurlijk was dat er niet. Er waren uitsluitend zakelijke afwegingen. Daarom was het in het economische belang van handelaren en kapiteins om het sterftecijfer omlaag te krijgen om zo meer aan de slaafgemaakten te kunnen verdienen. Als je onderweg een paar mensen moest executeren om de andere slaafgemaakten te kunnen intimideren en rustig te houden, dan vond men dat alleszins aanvaardbaar. Om collega Emmer te beantwoorden: het kapitalisme verdient geen enkele krediet voor ook maar enige menselijkheid in deze handel. Daarnaast was de slavenhandel niet de schuld van het kapitalisme, het was het werk van kapitaalkrachtige mensen. Dat ging zover dat als ze al bereid waren de slavenhandel te hervormen dan alleen onder druk van een beweging van abolitionisme van onderaf.”
U legt een link tussen het slavenschip en de verhoudingsgewijs veel zwarte mensen die nu in de Verenigde Staten in de dodencel zitten.
,,Ik heb dit boek geschreven als maritiem researcher, maar er ligt zeker ook een politieke lading onder. Dat hangt samen met mijn strijd tegen de doodstraf in de Verenigde Staten en heel specifiek het geval van Mumia Abu-Jamal, een militante journalist en lid van de Black Panthers. Iemand die om politieke redenen geweld gebruikte en de doodstraf kreeg omdat hij een politieman neerschoot in 1981. Mumia zit overigens nog altijd gevangen maar, na dertig jaar, niet meer in de dodencel. Met hem sprak ik in de gevangenis over de relatie tussen ras en terreur. De geschiedenis van zwart zijn in Amerika heeft vaak die link, vond hij. Denk aan de lynchpartijen in het zuiden of aan het politiegeweld. Later gaf ik een lezing over The Slave Ship in Auburn Prison, een gevangenis in New York. Gedetineerden vertelden me dat ze die plek als ‘een modern slavenschip’ ervoeren. Dat onderstreepte voor mij dat gewelddadige opsluiting van zwarte mensen vanaf het begin verbonden is geweest met de geschiedenis van de Verenigde Staten. Er ligt een erfenis die we moeten durven benoemen.”
Wat voor reacties krijgt u op dat concept?
,,De meeste mensen hebben er niet over nagedacht. Het grote publiek zal het er moeilijk mee hebben maar onder historici wint het concept terrein.”
Nederland heeft in Rabin Baldewsingh net een Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme aangesteld. Hij noemt het een schande dat het slavernijverleden soms net een halve pagina in het Nederlandse geschiedenisboek is, terwijl er zoveel te vertellen is. Dat moet u aanspreken.
,,Ik vind dat heel bemoedigend. Ik denk dat dit soort uitspraken is beïnvloed door wat er na de moord op George Floyd loskwam. Na zijn dood zag je een golf van antiracisme over de wereld spoelen. Voor mij een voorbeeld hoe dat soort bewegingen ons helpen het belang van de geschiedenis in te zien. Maar wat jullie coördinator daar zegt is absoluut waar. Het hele verhaal wordt nog steeds niet verteld. Dat geldt voor Nederland en ook voor de Verenigde Staten.”
230 jaar Nederlandse slavernij
Gedurende de hele periode van de trans-Atlantische slavenhandel haalde op de zogenoemde ‘Middenpassage’ gemiddeld een op de acht personen de overkant niet, aldus Marcus Rediker. En daar zijn niet de slaafgemaakten bij inbegrepen die stierven voor of na de overtocht. Het totaal aantal Afrikanen dat op weg naar de Nieuwe Wereld omkwam, schat de historicus op vijf tot zes miljoen.
Nederlanders hebben 230 jaar slavernij bedreven en ongeveer 600.0000 Afrikanen als slaaf verscheept naar Noord- en Zuid Amerika. Zo’n 75.000 van hen overleefden de reis niet, schat de Nederlandse historicus Henk den Heijer in zijn vorig jaar verschenen standaardwerk ‘Nederlands slavernijverleden’. In Nederland werd de slavenhandel - niet de slavernij - in 1814 afgeschaft door een besluit van koning Willem I. Volgens onderzoek van het Historisch Nieuwsblad wordt er in het voortgezet onderwijs meer ruimte aan het slavernijverleden gegeven dan vaak wordt gedacht: twee keer meer dan aan de Holocaust.
Comment